Belangrijke uitspraak inzake Wet Wieg

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 oktober 2021 een belangrijke uitspraak gedaan over de berekening van de hoogte van de uitkering in het kader van de Wazo-uitkering van het aanvullend geboorteverlof, ook wel bekend onder de naam Wet Wieg.

Wat is de situatie

De werknemer werkt sinds 1 december 2019 bij de werkgever. Oorspronkelijk werkte hij daar parttime, met een gemiddelde arbeidsduur van 20 uur per week. Daarnaast werkte hij ook parttime voor andere werkgevers. Met ingang van 1 juli 2020 is de werknemer fulltime voor de werkgever gaan werken. In verband met de geboorte van zijn zoon wilde de werknemer met ingang van 2020 in totaal 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen. De werkgever heeft daarvoor een aanvraag ingediend bij het UWV.

In het besluit van 7 oktober 2020 heeft het UWV een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (Wazo) aan de werknemer toegekend. Daarbij is zijn dagloon vastgesteld op €81,31.

Dagloon lager dan het totaal inkomen

De werknemer is het niet eens met het vastgestelde dagloon. Bij de dagloonberekening wordt alleen rekening gehouden met zijn inkomen bij de huidige werkgever. Omdat hij tijdens het refertejaar 11 maanden parttime bij de werkgever werkte, valt het dagloon veel lager uit dan wat hij daadwerkelijk per dag verdient en wat hij eerder bij meerdere werkgevers gezamenlijk verdiende. Dat vindt de werknemer niet eerlijk.

De werknemer wijst erop dat zijn dagloon eerder in het kader van de Werkloosheidswet (WW) op €144,11 is vastgesteld. Op de zitting heeft de werknemer toegelicht dat hij maar 2,5 weken aanvullend geboorteverlof heeft opgenomen in plaats van 5 weken, omdat het opnemen van meer verlof vanwege de hoogte van de Wazo-uitkering financieel niet haalbaar was.

Berekeningsmethode dagloon aanvullend geboorteverlof

Het aanvullend geboorteverlof is geregeld in artikel 4:2b van de Wet Wazo. In dat artikel is bepaald dat de uitkering 70% van het dagloon is. Het dagloon wordt hierbij berekent op  1/261 deel van het loon dat de werknemer in het refertejaar verdiende op grond van de arbeidsovereenkomst waaruit het recht op uitkering is ontstaan (dat is dus alleen het loon uit de huidige dienstbetrekking bij de werkgever).

UWV handelt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel

De rechtbank stelt de werknemer in het gelijk. Volgens de rechtbank is (de totstandkoming van) de berekeningsmethode in het Dagloonbesluit in strijd met het doel van de Wet Wieg en het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank verwijst hierbij naar de Memorie van toelichting op deze wet.

Uit de memorie van toelichting bij de Wieg herleidt de rechtbank namelijk de volgende informatie over de bedoeling van de wetgever:

  • het doel van het aanvullend geboorteverlof is om de zorgtaken meer gelijk te verdelen, en om de band tussen de partner en het kind te bevorderen;
  • de uitkering is 70 procent van het loon, zodat de werknemer een substantiële tegemoetkoming ontvangt, maar ook zelf een financiële bijdrage levert;
  • voor sommige situaties zijn er afwijkende regels over de vaststelling en herziening van het dagloon nodig.


Ruimte voor afwijking in de Wet Wieg

Uit de tekst van die bepaling en uit de Memorie van toelichting bij de Wet Wieg blijkt duidelijk dat de wetgever wil dat er afwijkende regels worden gesteld voor situaties waarin dat nodig is, omdat de hoofdregel tot onredelijke resultaten zou leiden. De Wet Wazo biedt daarvoor uitdrukkelijk de ruimte. Die ruimte is echter in de uitwerking in het Dagloonbesluit niet benut en daar maakt de rechterbank nu gebruik van door deze, middels deze uitspraak, nu (alsnog) nader in te vullen.

Conclusie en gevolgen voor de toekomst

De rechtbank verklaart in haar uitspraak de hoofdregel uit artikel 12e van het Dagloonbesluit buiten toepassing, waardoor het UWV een nieuw besluit moet nemen over de hoogte van het dagloon.

Het UWV zal dus in het vervolg bij het vaststellen van het dagloon bij alle werknemers die in het referte jaar meerdere dienstbetrekkingen hebben of hebben gehad, rekening moeten houden met het loon dat bij alle dienstbetrekkingen tezamen is verdiend.

Bij werknemer in deze zaak stijgt door deze uitspraak het dagloon van € 81,31 naar € 144,11 per dag, waardoor de werknemer alsnog in de lijn met de Wet Wieg een uitkering zal ontvangen van 70% van het (totaal) verdiende inkomen.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:4779

 

 

 

      14-10-2021 10:38     Reacties ( 0 )
Reacties (0)

Geen reacties gevonden.