by admin
Share

Er komt in het jaar 2027, naast de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak, een extra werkgeversheffing voor het gebruik van een auto van de zaak die in 2027 of later op een fossiele brandstof rijdt.
Het kabinet wil hiermee de ingroei van elektrische auto’s in de zakelijke leasemarkt versnellen. Het doel is dat vanaf het jaar 2027 alle auto’s die werkgevers ook voor privé-gebruik, waaronder het woon-werkverkeer, aan werknemers aanbieden, volledig emissievrij zijn. Dit geldt ook voor de auto’s die de werkgever zelf heeft gekocht of huurt en voor deelauto’s.
Als er toch een auto van de zaak ter beschikking wordt die op een fossiele brandstof rijdt, zal een pseudo-eindheffing van toepassing zijn, als deze voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Dit geldt zelfs als er geen sprake is van privé-gebruik in de zin van de bijtellingsregeling van de Wet LB, bijvoorbeeld als de auto alleen voor zakelijke ritten en het woon-werkverkeer wordt gebruikt. Het tarief dat hiervoor gaat gelden, bedraagt 12% over de volledige Cataloguswaarde van de auto, waarbij geen rekening gehouden met een eigen bijdrage van de werknemer! Voor Youngtimers wordt gerekend met een tarief van 12% over de Waarde van deze auto in het Economisch Verkeer (WEV), het gaat hierbij om auto’s van de zaak die ouder zijn dan 15 jaar.
De pseudo-eindheffing moet worden betaald door de werkgever en kan (periodiek) per loontijdvak of uiterlijk bij de aangifte over het tweede loontijdvak van het volgende kalenderjaar (volledig) worden afgedragen. Dat is in het jaar x + 1 in de maand februari of bij de tweede vierwekenaangifte (in februari). Dus voor het eerst in februari 2028. Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld aan de werknemer, geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Dit overgangsrecht bepaalt dat voor deze auto’s geen pseudo-eindheffing van 12% verschuldigd zal zijn tot uiterlijk 17 september 2030. Als de auto slechts een deel van het jaar voor privédoeleinden ter beschikking wordt gesteld, geldt een tijdsevenredige benadering. Gedeeltes van maanden tellen hierbij als volle maand mee! Voor auto’s die in de overgangsrechtregeling vallen tot uiterlijk 17 september 2030, moet dus voor het eerst eindheffing worden betaald over de gehele maand september 2030.
Niet voor IB-ondernemer, wel voor de DGA
Deze regeling gaat niet gelden voor de auto die de ondernemer in de inkomstenbelasting zelf privé gebruikt, denk aan de Eénmanszaak/ZZP’er, de Maatschap of Vof. Als deze (IB-)ondernemer personeel in dienst heeft, geldt deze 12%-regeling wel voor zijn personeelsleden!
De DGA kwalificeert voor de loonheffing namelijk als werknemer en zijn BV en moet dus de 12% eindheffing wel gaan betalen als aan de voorwaarden van deze nieuwe regeling wordt voldaan! Na afloop van deze overgangsrechttermijn geldt de pseudo-eindheffing voor alle fossiele personenauto’s die ook voor privédoeleinden ter beschikking worden gesteld.
Vervallen overgangstermijn
Mocht de werknemer in de periode van de overgangstermijn wisselen van de ene niet-emissievrije auto naar de andere niet-emissievrije auto, vervalt daarmee ook automatisch het overgangsrecht en is de werkgever vanaf dat moment ook de eindheffing van 12% verschuldigd.
Geen pseudo-eindheffing
Voor fossiele personenauto’s die uitsluitend in het kader van de bedrijfsvoering ter beschikking worden gesteld, geldt de pseudo-eindheffing niet. Dat zijn personenauto’s die niet voor privédoeleinden en niet voor het woon-werkverkeer worden gebruikt. Bestelauto’s vallen eveneens niet onder reikwijdte van de pseudo-eindheffing. Personenbusjes vallen echter wel onder deze regeling!
Conclusie
Voor veel werkgevers zullen alle maatregelen aanleiding geven om het huidige wagenparkbeleid fundamenteel te gaan herzien. Denk hierbij aan de overstap naar elektrische auto’s, een strengere toewijzing van leaseauto’s of een verschuiving in de richting van een Mobiliteitsbudget. Voor de notoire brandstof rijders geldt daarnaast dat zij nog tot 1 januari 2027 de pseudo-eindheffing kunnen ontlopen. Ongetwijfeld zal de automotive-branche dit jaar gaan proberen om nog zoveel mogelijk niet-elektrische auto’s in de markt te zetten.
Op 24 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over het recht op een loonkostenvoordeel (LKV) bij een overgang van een onderneming. De Hoge Raad heeft beslist dat het recht op LKV van de overdragende werkgever mee overgaat naar de overnemende werkgever.
Met ingang van 1 januari 2025 wordt het lage-inkomensvoordeel (LIV) afgeschaft, het loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer afgebouwd en worden de criteria voor het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer verruimd.
Welke loonbelastingtabel u moet toepassen voor een werknemer, is dus afhankelijk van de fiscale woonplaats van die werknemer.
Het Kabinet wil de (on-)balans herstellen als het gaat om het werken met zelfstandigen en als zelfstandige.

