Met de (e-)bike belastingvrij naar het werk

In de praktijk blijkt er nog steeds een hardnekkig misverstand te bestaan over de onmogelijkheid voor de werknemer om met een (e-)bike onbelast naar het werk te fietsen. In deze blog zal ik uiteenzetten hoe belastingvrij fietsen naar het werk wel kan. Ik moet hierbij wel opmerken dat mijn verhaal helaas niet opgaat voor de heffing van de Btw!

Dat fietsen milieuvriendelijk en goed voor de gezondheid is, is van algemene bekendheid. In Nederland wordt behoorlijk wat afgefietst en door de komst van de (e-)bike in steeds toenemende mate ook naar het werk. De gemiddelde afstand die een werknemer in Nederland moet afleggen tussen zijn woning en het werk bedraagt 23 kilometer. Bij een 5-daagse werkweek wordt op deze manier 230 kilometer afgelegd.

De aanschaf van een (e-)bike kan echter flink in de papieren lopen. Denk hierbij aan een bedrag tussen de € 3.000 en € 4.500 of meer. Maar de fiscale wetgeving kan u hierbij een handje helpen! De middelen die hiervoor kunnen worden ingezet zijn de:

- vaste vergoeding voor het woon-werkverkeer;
- renteloze lening voor de aanschaf van een (e-)bike.

Vaste vergoeding voor het woon-werkverkeer

De werkgever mag aan de werknemer per afgelegde kilometer voor het woon-werkverkeer onbelast € 0,19 per kilometer betalen. Het maakt hierbij niet uit of de werknemer te voet, met de brommer, motor, auto of fiets naar het werk komt. De wetgever heeft voor het vergoeden van het woon-werkverkeer door de werkgever een vrij eenvoudige regeling bedacht die het bijhouden van een declaratie overbodig maakt en daarmee ook de administratieve lastendruk vermindert. Het gaat hier om de zogenaamde vaste vergoeding voor het woon-verkeer, ook wel bekend als de 214-regeling.

Deze 214-dagen regeling kent 2 varianten, maar omdat de gemiddelde afstand woning-werk 23 kilometer bedraagt, beperk ik mij tot de meest toepasbare variant. Deze regeling werkt als volgt:

- een werknemer reist bij deze methode in een jaar vermoedelijk in minstens 36 weken voor zijn werk naar een vaste plek;

- voor de berekening van de vaste onbelaste vergoeding gaat u uit van 214 werkdagen in een jaar;

- hierbij is al rekening gehouden met kortstondige afwezigheid wegens vakantie, ziekte en verlof;

- als u aannemelijk kunt maken dat het aantal dagen van 214 hoger is (ten minste 25%), mag u uitgaan van het hogere aantal dagen;

- het aantal werkdagen vermenigvuldigt u met het totale aantal kilometers per dag;

- het totale aantal kilometers voor een jaar vermenigvuldigt u met de onbelaste kilometervergoeding van maximaal € 0,19;

- voor de vaste vergoeding per maand of per week deelt u de uitkomst door 12 of 52;

- u moet deze methode naar evenredigheid toepassen voor werknemers die maar een aantal dagen per week naar een vaste plek reizen, bijvoorbeeld door deeltijd;

- u mag de vaste reiskostenvergoeding doorbetalen tijdens maximaal 6 aaneensluitende weken waarin uw werknemer afwezig is;

- als u langdurige afwezigheid van uw werknemer verwacht, mag u de vaste onbelaste reiskostenvergoeding nog uitbetalen tijdens de lopende en de eerstvolgende kalendermaand;

- u mag de reiskostenvergoeding daarna pas weer betalen vanaf de maand na de maand waarin de werknemer weer gaat werken.

Deze regeling biedt de werkgever de mogelijkheid om bij een afstand tussen woning en werk van 23 kilometer aan de werknemer een maandelijkse vaste vergoeding te betalen van € 155,86 (23 kilometer enkele reis x 2 x € 0,19) x 214)/12 maanden op jaarbasis is dit een bedrag van € 1.870,32

Renteloze lening

Stel dat de werknemer een (e-)bike wil kopen van € 3.000 en de werkgever hem dit bedrag renteloos leent, dan is in principe sprake van loon in natura. Echter dit voordeel is onbelast omdat de Wet op de loonbelasting voor de renteloze leningen, die wordt aangewend voor de aanschaf van een (elektrische) fiets, een vrijstelling is opgenomen. Feit blijft wel dat deze lening door de werknemer aan de werkgever moet worden terugbetaald!

Stel dat de werknemer met de werkgever overeen is gekomen dat hij in 3 jaar tijd de lening van € 3.000 moet terugbetalen dan moet hij maandelijks een bedrag van € 83,33 aflossen. Rekening houdend met zijn belastingvrije vergoeding voor het woon-werkverkeer van € 155,86 houdt hij maandelijks € 72,53 over om zijn kosten van elektra, onderhoud en verzekering te betalen. Op jaarbasis is dit een bedrag van € 870,36.

Dat wil ik ook!

Het voorbeeld in dit blog is uitgewerkt op basis van een afstand woning-werk van 23 kilometer en de aanschaf van een (e-)bike van € 3.000. Als de werknemer voor zichzelf wil bereken hoe hoog zijn budget kan zijn voor de aanschaf van een (e-)bike op basis van deze fiscale vrijstelling, kan hij gebruik maken van de volgende formule:

- aantal kilometers van woning naar werk x 2 x € 0,19 x 214 dagen x 3 jaar = budget

Nu alleen nog maar de werkgever overtuigen van het nut en de noodzaak van het project ‘belastingvrij trappen naar de baas’!

Toekomstplannen van het Kabinet met betrekking tot de fiets van de zaak

Vanaf 1 januari 2020 wil het Kabinet de waarde van het privévoordeel van de ter beschikking gestelde fiets van de zaak vaststellen op 7% van de oorspronkelijke nieuwwaarde/consumentenadvies-prijs.

De werkgever mag in deze regeling voor de met de fiets van de zaak afgelegde kilometers echter geen belastingvrije vergoeding van € 0,19 vergoeden omdat sprake is van vervoer vanwege de werkgever.

Om de toepassing van de bijtellingsregeling zo eenvoudig mogelijk te maken geldt de bijtelling vanaf het moment dat de fiets aan de werknemer ter beschikking staat voor (een deel van) het woon-werkverkeer. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten fietsen!

      24-09-2018 15:35     Reacties ( 0 )
Reacties (0)

Geen reacties gevonden.